Occupy de Apenplaneet!

(gepubliceerd op deRecensent.nl op 12 november 2011)

“In April 2011, the Chinese government prohibited on TV and films and in novels all stories that contain alternate reality or time travel. This is a good sign for China. It means that people still dream about alternatives, so you have to prohibit this dream. Here we don’t think of prohibition. Because the ruling system has even suppressed our capacity to dream. Look at the movies that we see all the time. It’s easy to imagine the end of the world. An asteroid destroying all life and so on. But you cannot imagine the end of capitalism.”

Dat zei de Sloveense filosoof Slavoj Žižek in oktober toen hij op Liberty Plaza bij Occupy Wall Street in New York een toespraak hield. Maar wie Rise of the Planet of the Apes, de laatste apocalyptische verbeelding uit Hollywood, bekijkt, vindt op zijn minst aanknopingspunten voor een heuse paradigm shift.

Rise of the Planet of the Apes is een prequel – een deel voorafgaand aan de eigenlijke saga, waarin uiteen wordt gezet hoe de verschillende uitgangspunten van de saga zich hebben kunnen ontwikkelen zoals ze dat hebben gedaan. Het principe van de saga is dat er een verloren gewaande Mars-missie terugkeert naar Aarde, om daar geconfronteerd te worden met het feit dat een intelligent apenras de controle over de planeet heeft overgenomen. Hoe die situatie is ontstaan, vertelt Rise of the Planet of the Apes.

Kortweg is dat: wetenschapper Will Rodman ontwikkelt een medicijn tegen Alzheimer, dat werkt doordat het op spectaculaire wijze afgestorven hersenverbindingen regenereert. Bij de mensapen waarop het medicijn getest wordt, heeft het een belangrijke bijwerking: het maakt ze superintelligent. Met die intelligentie ontwikkelen de apen onvermijdelijk ook een hoge mate van zelfbewustzijn en vermogen tot abstractie, en de goede verstaander weet: wie die twee dingen heeft, kan kritisch naar zijn wereld kijken en zich een voorstelling maken van een betere. De apen in het lab worden dan ook gewelddadig – wie wordt dat niet als hij opgesloten zit en dagelijks martelingen moet ondergaan – en het experiment wordt gestaakt. Rodman krijgt opdracht alle apen af te maken, maar in zijn sentimentaliteit neemt hij een baby-aapje mee naar huis. Hij noemt hem Caesar en voedt hem op als zijn zoon.

Het is boeiend om de volwassenwording van Caesar te volgen, omdat het niet zomaar een coming-of-age verhaal is, maar tevens een filosofische parabel van oudtestamentische proporties. Caesar, die uiteraard gegeten heeft van de boom der kennis, leeft op de zolder van Rodmans huis in een door de wetenschapper vervaardigd apenparadijs. Het ontbreekt hem aan niets. Maar natuurlijk gaat hij zich, juist door zijn intelligentie, afvragen wat er zich buiten dat paradijs afspeelt, en, onvermijdelijk, wie of wat hij zelf is. Ook betekent zijn paradijs binnen ontegenzeglijk het verborgen houden van zijn ware zelf voor de buitenwereld, omdat iedereen wel begrijpt dat zijn Caesar nooit en te nimmer het menselijke leven zou kunnen leiden dat bij zijn opvoeding en intelligentie hoort. Hij is immers een aap. Zo wordt zijn paradijs zijn gevangenis en dat maakt een uitbraak onvermijdelijk. Als het gebeurt – Caesar schiet Rodmans demente vader te hulp bij een burenruzie – doet hem dat uiteindelijk in een soort apen-asiel belanden. Daar, verlaten door iedereen, komt hij tot het inzicht dat de identiteit van de jeugdige Caesar van de zolderkamer een onmogelijke identiteit is in de buitenwereld, omdat die buitenwereld die identiteit fundamenteel vijandig gezind is. Caesar zal zijn plek in die wereld moeten opeisen.

Het moment dat hij daarmee begint is de mooiste scène uit de film, want het is het moment dat Caesar zijn eerste woord spreekt. Daaraan voorafgaand slaagt hij erin het verbeterde anti-dementiemedicijn te stelen uit zijn “ouderlijk” huis, en alle apen in het asiel eraan bloot te stellen, waardoor ook zij intelligent en zelfbewust worden. Als de opstand in het asiel uitbreekt en een bewaker Caesar sommeert terug in zijn kooi te gaan, spreekt hij zijn eerste woord. Dat woord is nee. Het woord waarmee ieder werkelijk verzet begint.

En dat brengt ons terug bij Žižek. Want nee kun je alleen maar uitspreken als je in staat bent om je een betere situatie, een betere wereld voor te stellen. Dat hoeft helemaal niet concreet te zijn, maar het moet er wel zijn, want anders staat een nee gelijk aan een weigering mee te werken aan de onvermijdelijkheid, aan de enig beschikbare versie van de werkelijkheid, en daarmee aan het leven zelf. Nee is dan niets minder dan zelfmoord. En dat is precies wat Žižek in onze cultuur signaleert als hij vaststelt dat wij ons niet kunnen verzetten omdat we ervan uitgaan dat het huwelijk tussen democratie en kapitalisme de best mogelijke manier is om onze samenlevingen in te richten. Je kunt dat zien aan Hollywood, stelt hij, omdat uit Hollywood wel het einde van de wereld verbeeld kan worden, maar niet een andere, en misschien wel betere wereld.

Op zichzelf ontsnapt Rise of the Planet of the Apes niet aan die analyse. Uiteindelijk mondt de film weldegelijk uit in een apocalyps. Het ontwikkelde medicijn heeft namelijk nog een bijwerking: een dodelijke en (voor mensen, niet voor apen) ultrabesmettelijke griep. De laatste scene is een animatie die op een wereldkaart de verspreiding van de griep volgt. De boodschap is duidelijk: het mensenras zal uitsterven, met uitzondering van de verloren gewaande missie naar Mars, die jaren later terug zal keren op de Aarde en daar een door intelligente apen gedomineerde planeet aantreffen. De mensenbeschaving komt ten einde, en de vraag wordt hoe die weer opnieuw op te bouwen.

Maar je kunt ook anders naar de film kijken, en eigenlijk nodigt Rise je daar ook toe uit. Waar uit de trailer lijkt of je met een spektakelfilm van doen hebt, focust de film zich in werkelijkheid op de ontwikkeling van Caesar: van afhankelijk kind naar zelfstandige volwassene, maar ook van slavernij naar vrijheid. De ontknoping van dat verhaal is niet de wereldkaart waarop de verspreiding van een dodelijk griepvirus wordt getoond. Het is de gemeenschap die Caesar sticht in het bos nabij de stad. Het is het gecultiveerde bospark waar Will Rodman vaak met Caesar ging wandelen, waar hij “los” mocht, het soort “los” dat bij gevangenschap hoort, zoals de natuur in een bospark ook “vrije” natuur is: feitelijk onderdeel van de stadse planning en landschapsarchitectuur.

In dat bospark trekken de ontsnapte apen zich terug en bouwen ze hun eerste gemeenschap. Een stukje nieuwe wereld middenin de oude dictatuur, dat is waar Caesars nee uiteindelijk in uitmondt. En verdomd, als Rise niet veel eerder was geschreven dan Occupy Wall Street van start ging, zou je zweren dat het er een verwijzing naar was. Kennelijk hangt er ook in de entertainment-industrie van Hollywood iets in de lucht. De vraag is, net als bij Occupy zelf: hoe bouw je daarop voort? What will be the sequel to the prequel? Te verwachten valt dat het officiële vervolg op Rise of the Planet of the Apes in het teken zal staan van de apocalyptische lezing van deze film. Maar als ik mijn fantasie de vrije loop laat, zie ik een bevlogen team van regisseurs, schrijvers en producenten in Hollywood opstaan om, zonder toestemming, een sequel te maken waarin niet de mensen van de Mars-missie gevolgd worden, maar de intelligente apen, in hun pogingen om vanuit het niets een nieuwe gemeenschap te ontwikkelen. Occupy the Planet of the Apes!

Comments are closed.