“‘Ik ga terecht door voor een atheïst’ schreef de Franse filosoof Jacques Derrida ooit. Toen de Amerikaanse filosoof en theoloog John Caputo hem vroeg naar het waarom van die formulering – waarom niet gewoon zeggen: ik ben een atheïst? – antwoordde Derrida dat je op basis van zijn geschriften zou kunnen concluderen dat hij het bestaan van God ontkende. Maar, zei hij, God bevindt zich niet in het bestaan, maar daarbuiten. Daarom lopen alle ware gelovigen het risico op atheïsme, omdat ze de God die ze zoeken alleen zullen vinden in Zijn afwezigheid. En omgekeerd houdt de afwezigheid van God voor de ware atheïst altijd het risico in dat hij Hem vindt.

Ook ik ‘ga door voor een atheïst’. Toch zoek ik in mijn poëzie het religieuze doelbewust op. Dat is geen gimmick, maar een balanceren op precies die grens die Derrida hier aangeeft. Voor mij is religie noch de panacee, noch de hoofdoorzaak voor de problemen in de wereld. Door een van beide te stellen, maak je van God iets dat evident is – evident goed of slecht, evident aan- of afwezig – terwijl bij Derrida God alles behalve evident is. En juist het niet-evidente is vandaag van veel groter belang dan we in ons rationalistisme geneigd zijn te denken. Op grote schaal: is het grondprincipe van het kapitalisme, de eeuwigdurende groei (de grote oorzaak van ondermeer de klimaatcatastrofe) op enigerlei wijze minder magisch of onwaarschijnlijk dan het geloof in de wederopstanding? En ook persoonlijk: toen ik vorig jaar aan het ziekenhuisbed van mijn vrouw zat, die daar lag vanwege een zware hartaanval, was het absoluut noodzakelijk iets te affirmeren dat op dat moment helemaal niet meer evident leek, namelijk haar leven.”

Lees verder in literair tijdschrift Liter, editie 80, een essay over het boek Hoping against hope van John D. Caputo.