Aan het begin van de zomer verscheen in Tijdschrift Vooys een stuk van mij over de mythes en de politiek rondom en e-boek en het papieren boek, onder de titel ‘Waarheid en fictie rondom het (e-)boek’. Zojuist is het stuk ook online verschenen. Bij het stuk hoort een filmpje dat onderaan dit bericht is te zien.

“‘Begin dit jaar luidde een kop in de Volkskrant: ‘E-boek haalt papieren versie in’. In het
artikeltje werd gewag gemaakt van het feit dat de markt voor e-boeken was gestegen
van 2,2 procent naar 3,2 procent van de totale boekenmarkt. (…) Maar als het e-boek een marktaandeel heeft van 3,2 procent dan wil datzeggen dat het papieren boek 96,8 procent van de boekenmarkt in Nederland in handen heeft. (…) Wat een dergelijk bericht – met zo’n grote discrepantie tussen de kop en de inhoud – mij vooral laat zien is de sfeer van vanzelfsprekendheid die rondom de ontwikkelingen in het boekenvak hangt. (…) Ik wil de vanzelfsprekendheden in de dominante toekomstvoorspelling dan ook niet bestrijden met een andere grote toekomstvoorspelling. Ik wil slechts twee vragen stellen: ‘is het allemaal wel zo vanzelfsprekend?’ en, ‘is het allemaal wel zo’n goed idee?’”

Lees het stuk op de website van Tijdschrift Vooys.

Het filmpje: