Muur (Robert Creeley)

MUUR

Ik zie deze muur
al maanden, stenen
getaand, verweerd, dakrand

bezet met ijspegels
als tanden,
raamkozijn er

tegenover, verbladderde
witte verf, een randje
blauwgrijs.

Grens van iets –
maar wat? Een skelet
van huis, niemands thuis,

fragiele,
vochtige leegte
onder een lekkend dak.

Van het andere onachtzaam,
muur zo dichtbij,
volhardend,

voor mijn eigen –
duwen kan
met oog, denkend

waar men niet kan gaan,
verpletterden
in zogenaamd duister,

wanhoop. Dit uiterlijke
innerlijk is
geen voor muren

echobare plek,
echt of onecht.
Ze staan tussen

binnen en buiten –
zoals we op school, jaren
terug, Muur zagen, hoorden

dat Muur zei, “Ziezo, ik
heb mijn rol als Muur gedaan;/
Ziet, daarmee klaar,

de Muur dus henengaan” –
Wolken boven hoofd, stukje
blauw verschuift. Flauwe zon.

- Robert Creeley

Onlangs was Robert Creeley‘s gedicht Wall, uit zijn bundel Memory Gardens, onderwerp van de Vertaalwedstrijd – een door Rutger Cornets de Groot georganiseerde, steeds terugkerende competitie op facebook. Daarbij vertaalt een groep vertalers steeds allemaal hetzelfde gedicht, leveren die anoniem in, en bediscussiëren de resultaten vervolgens op een forum. Na afloop van de discussies wordt er via een stemming bepaald wie heeft “gewonnen”. Ik deed bij deze editie voor het eerst mee (na het mij al vele keren te hebben voorgenomen) en werd beloond met de derde plek (Samuel Vriezen werd tweede, John Groosman was de glansrijke overwinnaar). De vertaling hierboven is het produkt van mijn eerste versie – de versie die ik inleverde -  en de discussies die daarop volgden.

This entry was posted in Poëzie, Weblog. Bookmark the permalink.

Leave a Reply