Op 18 december 2010 werd de wereld opgeschrikt door de opstanden in Tunesië, die snel oversloegen naar andere Arabische landen. Een nieuwe generatie jonge, geëngageerde schrijvers en dichters stond op. Door middel van blogs en andere moderne communicatiemiddelen lieten ze hun stem horen. De Syrisch-Palestijnse dichter Ghayath Almadhoun is een van hen.

Zijn poëzie is soms licht en ironisch van toon en soms zwaar en dramatisch, maar ze is altijd doortrokken van een intense emotie die voortkomt uit heimwee naar het vaderland en het diepgewortelde schuldgevoel van een jonge intellectueel die zijn geboorteland heeft verlaten.

Ghayath Almadhoun (1979) werd geboren in het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmouk in Damascus als zoon van een Palestijnse vader en een Syrische moeder. Hij studeerde Arabische literatuur aan de Universiteit van Damascus en werkte als cultureel journalist. Samen met Lukman Derky richtte hij in 2006 ‘het Huis van de Poëzie’ op, en hij publiceerde er twee dichtbundels. Sinds 2008 woont Almadhoun in Stockholm. Daar schreef hij gedichten in het Arabisch, die in het Zweeds gepubliceerd zijn in twee verzamelingen. De tweede bundel, Till Damaskus, schreef hij samen met de Zweedse dichteres Marie Silkeberg. Veel van Almadhouns gedichten zijn vertaald in het Duits, Italiaans, Grieks en Sloveens. Zijn laatste bundel, La astatee alhoudour (Ik kan niet aanwezig zijn), kwam in 2014 uit in Beiroet en bevat ook de gedichten uit Weg van Damascus.

Uit het Arabisch vertaald door Djûke Poppinga

Met een nawoord van Joost Baars

——

Weg van Damascus door Ghayath Almadhoun. Jurgen Maas, Amsterdam 2015. Vertaling: Djûke Poppinga. Nawoord: Joost Baars.