top of page
  • Writer's pictureJoost Baars

Weet je wat het is #3: Ding in de wereld worden




Ik denk de laatste tijd vaak aan de Amerikaanse dichter Ezra Pound. Dat is vanwege iets heel kleins, eigenlijk één zinnetje, namelijk: 'Man and word, man standing by his word, man of his word, truth, sincere, unwavering.' Dit is hoe Pound het Chinese teken voor ‘oprechtheid’ uitlegde. Pound hield van het Chinese schrift, omdat het niet slechts bestond uit fonetische instructies, maar een woord tegelijk was wat het betekende. Wij herkennen dit fenomeen misschien het beste in het werk van Paul van Ostaijen, wiens 'Boem!' zo is vormgegeven dat het niet alleen boem betekent, maar ook is. Dit inzicht, dat Pound opdeed in het essay 'The Chinese written character as a medium for poetry' van Ernest Fenollosa, was heel belangrijk in het ontwikkelen van zijn ideogrammatische methode, en vervolgens in het ontstaat van het Imagisme.


Dat ene ideogram, voor oprechtheid, wordt voortdurend aangehaald in essays van Amerikaanse dichters van een generatie later, dichters die ik liefheb: Robert Creeley, Allen Ginsberg, Charles Olson, Denise Levertov. Oprechtheid is: woord houden. Het is dus iets dat niet vóóraf wordt bepaald, vóór je gaat spreken, het is een kwestie van achter wat je gezegd hebt blijven staan. Dat is een belangrijke schrijfles. Ook eentje die je open kan maken. In plaats van de hele tijd te zoeken naar wat je eventueel zou kunnen gaan zeggen, kun je ook niet weten wat je zegt en achteraf bekijken of en hoe je achter wat je gezegd blijkt te hebben kunt staan.


Als je erachter kunt staan, dan kan je gedicht een ding in de wereld worden. Het kan gaan zijn wat het betekent. Dan is het af. Dat is ook het moment, paradoxaal genoeg, dat je het kunt loslaten.


Ik denk daar dus de hele tijd aan, omdat we voortdurend geconfronteerd worden met mensen die niet ‘achter hun woord [willen] staan’. Neem Martin Bosma. Die wil een krans leggen, als voorzitter van de Tweede Kamer, bij de herdenking van de Nederlandse slavernij. Apologeten van deze voorgenomen gebeurtenis stellen dat het slechts de functie van voorzitter van de Tweede Kamer is die een krans komt leggen. En ik geloof er zeer in dat een ritueel zo zelfstandig is dat het maar een heel klein beetje oprechtheid van de deelnemers eraan vergt. Maar helemaal geen oprechtheid, dat is wel te weinig. Als heel de racistische persoon van Martin Bosma er helemaal niet toe doet in het ritueel, dan betekent dat dat de andere personen die deelnemen aan het ritueel er ook niet toe doen. Dan zou je het ritueel ook simpelweg door robots kunnen laten uitvoeren. Dat dat niet hetzelfde zou zijn, zal iedereen als vanzelfsprekend inzien. Dat is omdat het ertoe doet wie de rituelen uitvoert. Welke lichamen zich met het ritueel inlaten. Als dat wegvalt, als het feit dat dat ertoe doet helemaal wegvalt, wordt het ritueel betekenisloos.


Ik denk dat het Bosma daarom te doen is. Dat hij hoopt dat de uitkomst van zijn aanwezigheid zal zijn dat het ritueel aan betekenis verliest. Dat wat het ritueel uiteindelijk voortbrengt minder goed een ding in de wereld kan worden. Dat wil zeggen: iets dat niet louter een fonetische instructie in zich draagt (een vraag om lippendienst), maar dat een beroep op je kan doen, een beroep om te reflecteren, en te handelen.


Wie ook niet achter hun woord willen staan, zijn de mensen die Bosma uiteindelijk naar die herdenking toe sturen, namelijk de volksvertegenwoordigers die hem tot voorzitter van de Tweede Kamer hebben gemaakt. Zij hebben iemand op die positie neergezet die niet gelooft in gelijkheid en daarmee in democratie. Een beetje zoals een vleeseter benoemen tot voorzitter van de Bond Van Vegetariërs, of een rabiate atheïst tot priester. Het is logisch dat daar gedoe van komt. Steeds als zo iemand een ding in de wereld moet worden – dat wil zeggen: zijn functie naar de volle betekenis van die functie moet uitoefenen, vlees en bloed aan zijn functie moet geven – zal er een epistemologische kortsluiting plaatsvinden.


Die kortsluiting zie ik ook steeds gebeuren bij de leden van de zogenaamd fatsoenlijk rechtse partijen in de aanstaande coalitie: VVD en NSC. Toen Marjolein Faber voor het eerst werd voorgedragen als Minister van Asiel en Migratie, liet VVD-fractievoorzitter Dilan Yesilgöz zich ontglippen dat ook Faber ‘niet onomstreden’ was. Me dunkt, Faber wordt minister namens een extreemrechtse partij, uiteraard is zij niet onomstreden. Dat zij nazistische omvolkingstheorieën (op verzoek van koene rechtsstaatbeschermer Pieter Omtzigt omgedoopt tot 'zich zorgen maken over demografische ontwikkelingen') aanhangt, is al evenmin verbazingwekkend. Je kunt een extreemrechtse partij niet verwijten extreemrechtse bewindslieden te leveren.


Daaronder zit een merkwaardige, hoewel begrijpelijke reflex om geen verantwoordelijkheid te willen nemen voor het PVV-deel van de aanstaande coalitie. Trots pronkte Nieuw Sociaal Contract op hun Facebookpagina met de eigen bewindslieden. Hoe zit het met die andere, denk je daar automatisch bij. Her en der spreekt een VVD’er zijn zorgen of ongemak uit. Maar: oprechtheid is een man die woord houdt. En woord houden is in dit geval niet slechts lippendienst bewijzen, maar je zorg een ding in de wereld laten worden. Erica Blenkers, gemeenteraadslid in Hoogeveen die haar lidmaatschap van de VVD heeft opgezegd en is overgestapt naar de PvdA, is tot dusver de enige VVD’er die dat deed.


De rest van de VVD’ers en NSC’ers doen me - weer - denken aan Ezra Pound. Die was een bewonderaar van Mussolini, ontmoette hem ook veelvuldig, maakte propaganda voor hem, schreef uitvoerig over fascisme, noemde Hitler 'een Jeanne D’Arc die verdwaald was', maar toen hij na de oorlog werd berecht, schreeuwde hij in de rechtszaal: 'I never did believe in Fascism, God damn it; I am opposed to Fascism.' Als je het ding in de wereld dat je geworden bent, niet kunt verdragen. Of als dat ding zich, geheel naar opportunistisch eigenbelang, realiseert: ik ben mijn eigen ondergang.

108 views0 comments

コメント


bottom of page