In Tirade: drie gedichten

Standaard

Literair tijdschrift Tirade nam drie gedichten van mij op in het laatste nummer, editie 462: ‘theologie van de stoel’, ‘de slaap, zegt remco’ en ‘dode hond’. Meer info hier. Koop of bestel het nummer bij de lokale boekhandel.

De kunst van het ja zeggen

Standaard

Een bevriende dichter, die na de dood van Wim Brands zijn bundel ’s Middags zwem ik in de Noordzee had herlezen, zei me dat hij uit de gedichten nu meer dan ooit een soort fundamentele eenzaamheid vond spreken. Het is begrijpelijk om zoiets te zeggen. Als achterblijver na een zelfmoord zoek je naar verklaringen voor die in de grond onverklaarbare daad. Met ‘onverklaarbaar’ bedoel ik niet dat er geen rationalisaties te bedenken zijn die die daad een zekere mate van logica verschaffen en hem zo ‘begrijpelijk’ maken voor mensen die zich niet in de geestesgesteldheid bevinden van iemand die hem begaat. Maar zoals Joost Zwagerman – een van de beste essayisten over het onderwerp – schreef over de zelfmoord van Herman Brood en de clichés over het ‘respecteren’ van zijn keuze die destijds overal in de media opdoken: ‘Misschien wel de belangrijkste zin in The Savage God [van A. Alvarez, JB] is deze: “Iemand die besloten heeft zelfmoord te plegen gaat een afgesloten, voor anderen ontoegankelijke maar volkomen overtuigende wereld binnen waar elk detail klopt en elke gebeurtenis zijn besluit versterkt.” Iedereen lijkt Broods “overtuigende wereld”, de wereld van de sprong, klakkeloos te accepteren. Akkoord, maar accepteer dan ook het ónacceptabele: de “afgesloten wereld”. Door te springen verklaarde Herman Brood dat niemand hem in de laatste periode voor zijn zelfmoord nog mocht en kon bereiken.’ Verder lezen

Essay in Liter: ‘Het risico van de hoop’

Standaard

“‘Ik ga terecht door voor een atheïst’ schreef de Franse filosoof Jacques Derrida ooit. Toen de Amerikaanse filosoof en theoloog John Caputo hem vroeg naar het waarom van die formulering – waarom niet gewoon zeggen: ik ben een atheïst? – antwoordde Derrida dat je op basis van zijn geschriften zou kunnen concluderen dat hij het bestaan van God ontkende. Maar, zei hij, God bevindt zich niet in het bestaan, maar daarbuiten. Daarom lopen alle ware gelovigen het risico op atheïsme, omdat ze de God die ze zoeken alleen zullen vinden in Zijn afwezigheid. En omgekeerd houdt de afwezigheid van God voor de ware atheïst altijd het risico in dat hij Hem vindt.

Ook ik ‘ga door voor een atheïst’. Toch zoek ik in mijn poëzie het religieuze doelbewust op. Dat is geen gimmick, maar een balanceren op precies die grens die Derrida hier aangeeft. Voor mij is religie noch de panacee, noch de hoofdoorzaak voor de problemen in de wereld. Door een van beide te stellen, maak je van God iets dat evident is – evident goed of slecht, evident aan- of afwezig – terwijl bij Derrida God alles behalve evident is. En juist het niet-evidente is vandaag van veel groter belang dan we in ons rationalistisme geneigd zijn te denken. Op grote schaal: is het grondprincipe van het kapitalisme, de eeuwigdurende groei (de grote oorzaak van ondermeer de klimaatcatastrofe) op enigerlei wijze minder magisch of onwaarschijnlijk dan het geloof in de wederopstanding? En ook persoonlijk: toen ik vorig jaar aan het ziekenhuisbed van mijn vrouw zat, die daar lag vanwege een zware hartaanval, was het absoluut noodzakelijk iets te affirmeren dat op dat moment helemaal niet meer evident leek, namelijk haar leven.”

Lees verder in literair tijdschrift Liter, editie 80, een essay over het boek Hoping against hope van John D. Caputo.

In Poëziekrant: ‘Hoe van rituelen poëzie te maken’, over ‘Nieuwe rituelen’ van Maarten Inghels

Standaard

Voor Poëziekrant 2016/1 schreef ik een stuk over de bundel Nieuwe rituelen van Maarten Inghels.

“In Heretics schrijft G.K. Chesterton dat er twee soorten men­sen bestaan: bewuste en onbewuste ritualisten. De bewuste ritualisten nemen deel aan geor­ganiseerde, voorgeschreven rituelen, bijvoorbeeld die van 
de kerk (Chesterton was, naast detectiveschrijver en briljant essayist, een apologeet van het katholicisme). De onbewuste ritu­alisten zeggen geen rituelen uit te voeren, maar zij leveren zich feitelijk onvoorwaardelijk uit aan de talloze kleine rituelen die het menselijk bestaan kenmerken.
Zij kunnen zich nooit in formele rituelen aan die eindeloze onbe­wuste rituele molen onttrekken, en hebben daardoor vaak niet eens door dat hun gedrag vergeven is van ritualisme. Chesterton schrijft: ‘In het geval van die oude en mystieke formalismen kunnen we tenminste zeggen dat het ritu­eel niet slechts ritueel is; dat de symbolen die worden ingezet in de meeste gevallen symbolen zijn die behoren tot een elemen­taire menselijke poëzie.’

Die elementaire menselijke poëzie is de inzet bij Maarten Inghels’ bundel Nieuwe rituelen. Niet de poëzie van de formele rituelen van een kerk, maar juist van die onbewuste rituelen. Door die in gedichten een zeker for­malisme te verlenen, kunnen ze, theoretisch in elk geval, méér dan rituelen worden. Anders gezegd: Inghels schrijft gedichten in de hoop dat die talen naar een werkelijke poëzie.”

Het hele stuk is hier te lezen (tegen een kleine vergoeding).

In Awater: ‘Hemelse bagger van een zondares’

Standaard

Voor het nieuwe nummer van Awater schreef ik een stuk over de bundel Dichter, Bokser, Koningsdochter van Delphine Lecompte.

“In ‘Ik vergeet altijd de kleur van je ogen’ maakt Lecompte dit contrast even subtiel als pijnlijk duidelijk. Hierin spreekt de vrouwelijke ik een mannelijke geliefde toe. ‘Je opent je ogen, ze zijn groen/ En ik zeg dat ze meisjesachtig mooi zijn’. Deze meisjesachtige schoonheid wordt tegenover de gemaakte schoonheid van de door mannen gemaakte kunst gesteld: ‘We zien een Hans Memling in het echt/ Je kijkt verslagen en moederloos.’ Briljante regels. Ze stellen dat Hans Memling als mens nooit echter kan worden dan het ding dat hij maakt: ‘een’ Hans Memling.”

Lees meer in het winternummer 2016 van Awater.

Column in Boekblad Magazine: ‘Een taalgids voor de angst’

Standaard
“Het NOS Journaal berichtte over de Algemene Beschouwingen. Er werd een stukje van de speech van Geert Wilders getoond, waarin hij, zoals gebruikelijk, verklaarde dat Nederland door de komst van vluchtelingen uit Syrië, zou worden overspoeld met moslims. ‘Het Nederlandse volk wordt vervangen’, zei hij. Daarna kwam politiek correspondent Ron Fresen in beeld. Hij beweerde dat geen van de andere partijen een antwoord had op wat hij de ‘reële zorgen’ van Wilders noemde.
De dag erna kwam er een oudere, gedrongen en in versleten kleren geklede man de winkel binnen. Hij vroeg of ik boeken had waarmee je Arabisch kunt leren. Ik vroeg hem of hij echt een taalcursus wilde, of dat hij iets zocht voor op reis.
‘Nee, ik wil me voorbereiden.’
‘Waarop?’
‘Nou, op al die vluchtelingen. Ik wil me graag nog verstaanbaar kunnen maken als die hier binnenkort in de meerderheid zijn.’”

Lees verder op Boekblad.nl (na gratis eenmalige registratie).

Op deRecensent.nl: ‘De regisseur met de grote R’ (essay over Nanni Moretti’s film ‘Mia Madre’)

Standaard

‘Moretti’s nieuwe film Mia Madre (‘Mijn moeder’) is een film die op het eerste gezicht oogt als een vervolg op het melodrama van La Stanza del Figlio. Dit keer is het niet een zoon, maar een moeder die sterft, maar ook hier volgen we vooral de mensen om dat sterven heen die proberen om te gaan met dat waar je eigenlijk helemaal niet mee kúnt omgaan: de dood. Maar in Mia Madre is er, in tegenstelling tot in La Stanza del Figlio, wél ruimte voor de politieke, ironische en lichtvoetige Moretti.

Het resultaat is ernaar. Mia Madre toont Moretti in alle facetten van zijn kunnen. Het is een meesterwerk. Zijn beste film sinds Caro Diario.’

Lees mijn essay over Mia Madre van Nanni Moretti op deRecensent.nl.

Column in Boekblad Magazine: ‘Staat het lezen onder druk?’

Standaard

‘Coady’s punt: onze angst voor de ondergang van de leescultuur gaat om iets groters dan ‘boeken’. En de dreiging die we voelen is een eeuwige dreiging, niet een van ‘de laatste tijd’. We grijpen steeds recente ontwikkelingen aan om die eeuwig gevoelde dreiging mee te verklaren, maar de werkelijkheid is dat wat wij als lezers van waarde achten – de verbeelding – per definitie op gespannen voet staat met de realiteit van de wereld waarin we leven.’

Lees mijn column op de site van Boekblad Magazine. (gratis registratie)

Column in Boekblad Magazine: ‘Kapitalisme volgens het boekje’

Standaard

‘Er zit een rationaliteit achter deze manier van omgaan met werknemers. Dat de deuren niet open mogen, heeft te maken met een poging bedrijfsdiefstal te minimaliseren. Alles bij Amazon staat in het teken van planning, logistiek, het zo stroomlijnen van de processen dat er maximale winst met minimale middelen wordt behaald. Kapitalisme volgens het boekje. Iedere handeling die een werknemer verricht, wordt gemeten en gecontroleerd. In dat proces is geen plaats voor ‘onregelmatigheden’, al helemaal niet die van het lichaam.’

Over de niet-romantische reden om niet online, maar bij je lokale boekhandel te kopen, schreef ik in Boekblad. Lees de column hier (na een gratis registratie).