Column in Boekblad Magazine: ‘Kapitalisme volgens het boekje’

Standard

‘Er zit een rationaliteit achter deze manier van omgaan met werknemers. Dat de deuren niet open mogen, heeft te maken met een poging bedrijfsdiefstal te minimaliseren. Alles bij Amazon staat in het teken van planning, logistiek, het zo stroomlijnen van de processen dat er maximale winst met minimale middelen wordt behaald. Kapitalisme volgens het boekje. Iedere handeling die een werknemer verricht, wordt gemeten en gecontroleerd. In dat proces is geen plaats voor ‘onregelmatigheden’, al helemaal niet die van het lichaam.’

Over de niet-romantische reden om niet online, maar bij je lokale boekhandel te kopen, schreef ik in Boekblad. Lees de column hier (na een gratis registratie).

Essay in Liter 78: ‘Een gedicht is een nederlaag’

Standard

‘Dit gedicht speelt geen mooi weer. Er worden mensen kapotgeschoten, het gedicht is geschreven in de overtuiging dat dat gezien moet worden, en het levert ons de beelden erbij, zo onontkoombaar dat we wel moeten kijken. Maar tegelijkertijd is het gedicht doordrongen van het feit dat dat het onmogelijk is om echt te kijken. Dat er met zo’n confrontatie altijd een soort verlamming gepaard gaat die in feite het tegenovergestelde is van wat er met de confrontatie wordt beoogd. Dat is een paradox die – nog meer dan de gruwelijke beelden – ons ervan kan doordringen wat het betekent om mens te zijn in de gewelddadige omgeving waarover ‘Wij’ geschreven is. Ja, dat de noodzaak om het geweld te stoppen besloten ligt in de totale verlamming die het teweegbrengt, en dat die verlamming er de oorzaak van is dat het in feite onmogelijk is om het geweld te stoppen. Er klinkt een soort begrip door voor de inactiviteit van de wereld, dat wil zeggen: de sprekers weten dat de confrontatie met het geweld de wereld niet tot actie zal bewegen, maar slechts tot een nieuwe vorm van inactiviteit. En waarom weten zij het? Omdat ze het zelf ervaren.’

In literair tijdschrift Liter schreef ik een essay met de titel ‘Een gedicht is een nederlaag’. Het gaat over verzet, verovering en overgave in het werk van dichters Ghayath Almadhoun (onder anderen, zoals in het fragment hierboven, over zijn gedicht ‘Wij’), Morani Kornberg-Weiss (van haar publiceerde Liter ook een door mij vertaald gedicht op de website, lees het hier), Charles Ducal, Asmaa Azaizeh en Ala Hlel. Het is te lezen in Liter 78.

Column in Boekblad Magazine: ‘Wie ben ik?’

Standard

‘In de laatste Boekblad werd big data-expert Mark van Rijmenam geïnterviewd. De vraag was of big data de boekhandel kan helpen. Van Rijmenam: ‘De toekomst van de boekhandel (…) ligt dan ook bij het aanbieden van de juiste content aan de juiste klant (…).’ En: ‘Voor zowel boekhandel als de uitgever verwacht ik dat ze op den duur in staat zijn om het juiste boek aan te bieden (…).’ Maar is dat niet een beetje wat boekhandels altijd al deden? Volgens mij wil Van Rijmenam niet zozeer dat ik mijn klant ken. Hij wil het kennen van klanten van mij overnemen.’

Lees de column in Boekblad Magazine of op Boekblad.nl.

Column in Boekblad Magazine: ‘Chaos’

Standard

‘Er schuifelde een man de winkel binnen. Hij was van een zekere leeftijd. Aan zijn houding en zijn blik was te zien dat hij niet hoorde bij de menigte die op hetzelfde moment óók in de winkel aanwezig was, de menigte die ons kwam feliciteren. Hij kwam naar me toe en zei: “Ik vind het jammer dat de chaos uit de winkel is. Ik hoop dat die weer een beetje terugkomt.” Hij zei het zacht, maar beslist.

Zijn opmerking leek op de eerste openingsdag van de verbouwde Boekhandel van Rossum geheel te verdrinken in de zee van complimenten die we over ons heen kregen. Toch is het deze die ik me het beste herinner. Misschien juist omdat hij zo uit de toon viel. Misschien ook omdat ik hem snapte.’

Lees verder in het laatste nummer van Boekblad Magazine.

Boekverkoper van het Jaar 2015

Standard

Tot mijn verrassing ben ik op de longlist beland van de jaarlijkse Boekverkoper van het Jaar-verkiezing, ofwel de Albert Hogeveen Bokaal. Uit betrouwbare bron weet ik dat het iets te maken heeft met de serie stukken die ik vorig jaar voor hard//hoofd over boekverkopen schreef. Ook interessant in dit licht: het radio-item van Ikon-journalist Elianne Meijer over ontlezing en kwantitatief leesonderzoek, waarin ik ook een kleine boekverkopersbijdrage lever (luister hier vanaf 41:40). De shortlist wordt samengesteld op basis van het aantal stemmen dat iedere boekverkoper krijgt. Je kunt hier stemmen. Op mij, of op een andere boekverkoper.

CAConrad in Perdu

Standard

Ik ben enorm opgetogen, want samen met Frank Keizer mag ik op donderdagavond 5 maart in Perdu in Amsterdam CAConrad interviewen. CAConrad – komende maand op tournee door Europa – is zonder twijfel een van de meest bijzondere dichters uit de hedendaagse Amerikaanse poëzie. Zijn “(soma)tic poetry rituals” vormen een experimentele praktijk waarin niet zozeer formele of ideologische vernieuwing centraal staan, maar die een lichamelijke aanwezigheid moeten bewerkstelligen om zo een grensoverschrijdende creativiteit vrij te laten komen.

In het voorwoord zijn laatste bundel Ecodeviance, (Soma)tics for the Future Wilderness vertelt CAConrad over hoe hij zich als dichter en kunstenaar probeerde te bevrijden van de routines rond de fabrieksarbeid die de gemeenschap van zijn jeugd domineerde. Toen hij zich realiseerde dat hij het schrijven zelf op vele manieren als fabrieksarbeid behandelde – van met maken van gedichten tot het ordenen van inzendingen voor tijdschriften – belandde hij in een crisis. ‘Op een morgen maakte ik een lijst van de ernstigste gevolgen van de fabriek, en nummer één was “gebrek aan aanwezigheid”. (…) Die morgen begon ik met wat ik nu (Soma)tics noem, geritualiseerde structuren waarbinnen alles behalve aanwezig zijn nagenoeg onmogelijk is.’ Continue reading

Tot jezelf inkeren (2x)

Standard

‘We verkeren, horen we, in tal van crises – een ervan is ongetwijfeld dat het ons zoveel moeite lijkt te kosten de doden voort te laten bestaan. Het is alsof het vermogen op dit punt (dat alles met ritualiteit en “tot jezelf inkeren” te maken heeft) verzwakt is. Alsof mensen hulpelozer en weerlozer tegen de dood staan dan nodig; alsof levensmoed iets is wat weg kan sijpelen, het putje van het wetenschappelijk bewezen, postume nergens in.’

Dat schrijft Willem Jan Otten in zijn essay ‘Hoe de ene liefde de andere doodt’, in Letter & geest in Trouw van afgelopen zaterdag. Het essay gaat over de film Stellet Licht van de Mexicaanse filmer Carlos Reygadas. Aanstaande woensdag is die in De Balie in Amsterdam te zien. Otten leidt de film in, na afloop ben ik zijn gast om over de film te praten. Voor meer informatie en reserveren klikt u hier.

Van Edwin Fagel staat in de laatste editie van De Revisor een groot essay over poëzie als mystieke daad. Tussen uitvoerige besprekingen van het werk van Rozalie Hirs, Sasja Janssen en performancekunstenaar Deborah de Robertis, ruimt hij enkele alinea’s in voor mijn gedichtenreeks ‘binnenplaats’ die vorig jaar in Literair Tijdschrift Liter nummer 74 werden gepubliceerd: ‘Over die figuurlijke binnenplaats zei dichter C.O. Jellema eens naar Meister Eckhart: “Wat dit denkwerk mij aanbiedt is, om het op zijn kortst te zeggen, een zich aanbiedende God die, wanneer ik maar ruimte voor Hem maak in mezelf, in mij geboren wil worden, en wel zo, dat ik en Hij, Zijn zijn en mijn zijn één worden en in eenheid eeuwig.” Baars doet volgens mij hetzelfde. God neemt de ruimte die hij creëert en aanspreekt (de externe en interne binnenplaats) in deze gedichten niet zozeer in: ze is God: een lege plek. Het gaat bij Baars om een afwezige God die, door het geloof, in die afwezigheid aanwezig is.’

Het essay ‘De goddelijke kut’ van Edwin Fagel is gepubliceerd in De Revisor 8. Te verkrijgen bij de boekhandel om de hoek.

In Poëziekrant: ‘Een verlangen om te gaan bestaan’ (over de dichtbundel ‘Het volume van een logé’ van Annemieke Gerrist)

Standard

‘Bestaan, dat is een verlangen om te gaan bestaan, een verlangen om absoluut te worden in een wereld die zich nog voor je moet openenen. Letterlijk komt dat aan de orde in het geweldige titelgedicht van de bundel. Daarin overdenkt een logé zijn af- en aanwezigheid in het gezin waarbij ze logeert. ‘Het gezin is steviger dan 1 logé die vreemd is.’ schrijft Gerrist, en dat betekent ook: de bestaande werkelijkheid is steviger dan de vreemdeling die er nog geen onderdeel van is maar dat wel wil zijn. Als iedereen naar bed is, ontdekt de logé dat het bad vol water zit. Ze bedenkt zich hoe het water ‘het halve gezin’ moet hebben omgeven, ‘van volume heeft voorzien’ zoals Gerrist schrijft. Het water heeft de aanwezigen in het gezin in zich opgenomen. Ze vraagt zich af of het water in het bad voor haar bedoeld is, of iemand in het gezin het bad voor haar heeft laten vollopen. Met andere woorden: ze vraagt zich af of het volle bad een uitnodiging is: van het gezin om een bad te nemen, van het gezin om toe te treden tot hun wereld, van de werkelijkheid om er volume in in te nemen. Het bad is zo een uitnodiging tot lichamelijke aanwezigheid.’

Annemieke Gerrists tweede dichtbundel Het volume van een logé verscheen vorig jaar bij De Bezige Bij. Ik besprak hem in Poëziekrant 1, jaargang 39.

In Awater: ‘Lege handen’ (over de dichtbundel ”s Middags zwem ik in de Noordzee’ van Wim Brands

Standard

‘Ergens in ‘s Middags zwem ik in de Noordzee schrijft Wim Brands over ‘het wonder van onze lege handen’. Dat is een citaat uit Georges Bernanos’ Journal d’un curé de campagne, de basis voor Robert Bressons gelijknamige film. In zowel boek als film zegt de hoofdpersoon: ‘Wat schitterend dat we anderen een vrede kunnen schenken die we zelf niet bezitten. Oh, het wonder van onze lege handen.’ Je zou kunnen zeggen dat Wim Brands’ dichterschap gaat over die schenking. Die vindt in zijn werk eigenlijk altijd plaats als er iets spaak loopt. (…) Dit geeft Brands’ poëzie iets van een fundamentele openheid. Ik heb er hierom altijd van gehouden. Toch wringt er ook iets. Soms lijkt Brands zó gericht op zoek naar die lege handen, dat die handen niet leeg zijn, maar juist vol van de leegte die hij zoekt.’

Wim Brands schreef een prachtige dichtbundel, getiteld ‘s Middags zwem ik in de Noordzee. Ik schreef erover in het winternummer 2015 van poëzietijdschrift Awater. Te koop bij de betere boekhandel.

Op deRecensent.nl: ‘Wie naar het licht verlangt, zit in het donker’ (over ‘Sings Christmas Carols’ van Mark Kozelek)

Standard

‘Het is alsof Kozelek je in dat eerste Charlie Brown-nummer geruststelt: je mag dit positivisme vreselijk vinden, al dat gelul over licht, terwijl je in de duisternis zit – ik zit ook in de duisternis. Zo zingt hij de liedjes ook: lijzig, vermoeid haast, net iets te langzaam, soms zelfs net niet op toon. En warempel: alles krijgt nieuwe betekenis. Meteen in het tweede nummer is het raak. Het is ‘Do you hear what I hear?’ en Kozelek zingt: ‘A child, a child, sleeping in the night/ He will bring us goodness and light/ He will bring us goodness and light’. In een vastgedraaide traditie en de verplichting tot gezelligheid, positiviteit en samenzijn, zingt men deze regels vanuit het verplichte licht. Dan slaan ze dood in zelffelicitatie. Kozelek doet het anders. Hij zingt ze vanuit de duisternis.’

Mark Kozelek bracht onlangs een kerstplaat uit: Sings Christmas Carols. Daarover schreef ik een essay, dat nu op deRecensent.nl te lezen is.